Uiterwaarden bij Rhenen en parkeerplaats Paardenmarkt in de Veerwei

Zitting bij de Raad van State op 26 januari 2015 over het beroep tegen de Natuurbeschermingswet (Nbw) vergunning voor de parkeerplaats Paardenmarkt verleend door de provincie Utrecht.

11-02-2015 Luuk Derks en Jules Scholten

 

Tijdens de zitting bleek spoedig hoe verschillend door enerzijds de provincie Utrecht en de gemeente Rhenen en anderzijds door de WMR wordt geoordeeld over de verleende vergunning. De provincie en Rhenen zijn van mening dat de gevolgen van de aanleg en het gebruik van de parkeerplaats voor het Natura 2000 gebied, ‘niet-significant’ zijn en dat daarom de vergunning zonder probleem kon worden verleend.

Het standpunt van de provincie en Rhenen komt er op neer dat de aantallen ganzen (de Kolgans en de Grauwe gans) die een beschermde status hebben in de uiterwaarden van de Neder Rijn die zijn aangewezen als Natura 2000 gebied en die voorkomen in de Veerweide, gering zijn en dat er genoeg uitwijkmogelijkheden elders in het gebied zijn voor deze vogels.

De WMR is het daarmee oneens. Veel waarnemingen van vogeldeskundigen tonen aan dat er in de winterperiode vele honderden van deze ganzensoorten foerageren in de Veerweide en dat er daarom geen sprake is van onbetekenende aantallen. Verder gaf de WMR aan van de Raad van State een principiële uitspraak te verwachten over de precedentwerking van de vergunning wanneer die in stand zou blijven. In dat geval wordt de weg geopend tot meer ingrepen en aantastingen van de beschermde status van het Natura 2000 gebied waarin de parkeerplaats is gelegen, met als gevolge een cumulatie van effecten.

Verder bracht de WMR naar voren dat de urgentie die door Rhenen was geclaimd om de vergunningen snel te verlenen met het oog op geplande rioleringswerkzaamheden op de Frederik van de Paltshof onterecht is gebleken. De rioleringswerkzaamheden zijn immers nog steeds niet uitgevoerd. Desgevraagd verklaarde de vertegenwoordiger van de gemeente dat het werk voor 2016 is gepland.

Er moet worden afgewacht welk standpunt wordt gehonoreerd door de Raad van State. Uitspraak is binnen 6 weken na de zitting; dat is omstreeks 9 maart wanneer de zitting over de beroepen tegen het bestemmingsplan Middelwaard West zal plaats vinden. De uitspraak in de zaak tegen de parkeerplaats Paardenmarkt is van belang voor de behandeling van de beroepen tegen het bestemmingsplan Middelwaard West, omdat ook daar sprake is van aantasting van hetzelfde Natura 2000 gebied.

Hieronder is de Pleitnota van de WMR opgenomen die werd uitgesproken tijdens de zitting.

Pleitnota bij beroepschrift tegen vaststelling van de Nbw vergunning door GS van Utrecht voor de parkeerplaats Paardenmarkt, Rhenen

De besluitvorming over de parkeerplaats Paardenmarkt in Rhenen heeft een merkwaardig verloop gekend. Voor de aanleg van de parkeerplaats was een Omgevingsvergunning benodigd door de gemeente Rhenen. Vanwege de ligging van de parkeerplaats in Vogelrichtlijn- en Natura 2000 gebied is tevens een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) door de provincie Utrecht benodigd. De Omgevings-vergunning werd door Rhenen verleend vooruitlopend op de definitieve vergunning volgens de Natuurbeschermingswet.

Tegen beide vergunningen ging de WMR in beroep. In de beroepen voerden wij aan dat de vergunningen vanwege strijdigheid met de Europese richtlijnen en de Nbw, niet hadden mogen worden verleend. Volgens de WMR was de Passende beoordeling – vanwege de

ligging van de parkeerplaats in beschermd natuurgebied – onjuist uitgevoerd en was ten onrechte geconcludeerd dat er door de aanleg en het gebruik van de parkeerplaats geen significante gevolgen zouden optreden voor de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000 gebied.

Het beroep tegen de Omgevingsvergunning werd op 4 februari 2014 door de Rechtbank Midden Nederland ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde daarbij dat bij een Nbw-vergunningsaanvraag uit te voeren Passende beoordeling dient ter onderbouwing van de gevraagde vergunning in het kader van de Nbw en dus geen vereiste is bij de ruimtelijke onderbouwing van de Omgevingsvergunning. Na deze uitspraak ging de gemeente terstond over tot de aanleg van de parkeerplaats die inmiddels in gebruik is.

Met het oog op deze uitspraak van de Rechtbank Midden Nederland heeft de WMR haar beroep bij uw Afdeling tegen de verleende Nbw vergunning in stand gehouden. Dit met de bedoeling om een uitspraak te krijgen over de principiële kwestie van de betekenis van de draagkrachtgetallen voor de Kolgans en de Grauwe gans die zijn vastgesteld voor het Natura 2000 gebied in de uiterwaarden van de Neder Rijn en om verdere aantastingen van het beschermde gebied te voorkomen.

Als namelijk de vergunning in het kader van de Nbw in stand blijft, opent het de weg naar nog meer concessies aan de instandhoudingsdoelen en verkleining van het beschermingsareaal in het Natura 2000 gebied in de uiterwaarden van de Neder Rijn. In de afweging bij de vergunningverlening en in haar verweerschrift voerde de provincie Utrecht aan dat er meer dan genoeg uitwijkmogelijkheid bestaat voor de ganzen om elders in de uiterwaarden van het Natura 2000 gebied te overwinteren en te foerageren en ook dat er in het gebied al genoeg Kolganzen en Grauwe ganzen zijn met als conclusie dat de vergunning probleemloos kon worden verleend. In dit verband hanteert de provincie Utrecht de stelling dat kan worden volstaan met de instandhouding van de aantallen op het moment van aanwijzing, inhoudende dat wanneer de populaties groeien, die groei mag worden afgeroomd voor economische en infrastructurele activiteiten tot op het niveau van het moment van aanwijzing. Deze veronderstelling is in tegenspraak met de doelstelling van de Europese richtlijnen; het doel is niet de fixatie van de populaties van bedreigde soorten op bestaande aantallen maar waar mogelijk naar uitbreiding te streven zodat de soorten niet langer bedreigd worden. Als in Nederland wordt gevonden dat bepaalde soorten minder bescherming nodig hebben, dan zal Nederland naar Brussel moeten gaan om dat in de regelgeving op te nemen.

Met andere woorden, de vastgestelde draagkrachtgetallen van respectievelijk 2900 en 880 voor de Kolgans en de Grauwe gans en de significant grote percentages van beide soorten die in de winterperiode foerageren in de Veerweide grenzend aan de parkeerplaats moeten maatgevend zijn voor de uitkomst van de Passende beoordeling.

Het is dus oneigenlijk om te stellen dat het gerechtvaardigd is om op grond van het afroomprincipe delen van het Natura 2000 gebied prijs te geven en op te offeren aan nieuwe industriële en infrastructurele ontwikkelingen.

De precedentwerking die de Nbw vergunning bij instandhouding daarvan kan hebben voor de toelating van andere activiteiten in het Natura 2000 gebied, moet voorkomen worden.

Wij verzoeken de Afdeling om op grond van onze beroepsgrond en het voorgaande de Nbw vergunning te vernietigen en de provincie Utrecht te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Terug naar boven

Behandeling bij de Raad van State van het beroep tegen de Nbw-vergunning afgegeven door de provincie Utrecht.

07-10-2014 Luuk Derks en Jules Scholten

 

De Raad van State heeft laten weten dat de behandeling van het beroep zal plaatsvinden op 26 januari 2015.

Op 14 mei had de gemeente Rhenen een verweerschrift ingediend bij de Raad van State. Het verweerschrift voert aan dat er in het Vogelrichtlijngebied voldoende foerageergebied aanwezig is om de instandhoudingsdoelen te halen die zijn aangegeven in het Aanwijzingsbesluit Uiterwaarden Neder-Rijn. Op een totaal van ongeveer 1600 ha aan foerageergebied gaat maximaal 0,58 ha verloren door het ruimtebeslag van de parkeerplaats en 8 ha in het aangrenzende gebied door verstoring als gevolg van het gebruik van de parkeerplaats. Daarnaast voert de gemeente aan dat de populaties ganzen in het Vogelrichtlijngebied de laatste jaren sterk zijn gestegen.

De WMR bestrijdt het standpunt van de gemeente. Het is oneigenlijk om de mogelijkheid tot foerageren in te perken met de argumenten dat er voldoende ruimte overblijft en dat er toch al (te) veel ganzen zijn. Het betreft immers beschermde ganzensoorten waarvan op bepaalde dagen in de winterperiode tot ongeveer 5 % en 51 % van de draagkrachtgetallen voor de Kolgans en de Grauwe gans (van resp. 2900 en 880 exemplaren) foerageren in de Veerweide. Dit zijn niet te verwaarlozen aantallen

Terug naar boven

Samenvatting van de gebeurtenissen in de besluitvorming over de parkeerplaats Paardenmarkt

Mei 2014, Jules Scholten

 

Het College van B&W van Rhenen had op 5 november 2013 een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een parkeerplaats in de Veerweide aan de westkant van Rhenen, op het gedeelte dat Paardenmarkt wordt genoemd. De WMR had daartegen op 25 november 2013 beroep bij de Rechtbank in Utrecht ingesteld en ook schorsing van het besluit gevraagd (voorlopige voorziening). Om de parkeerplaats te kunnen realiseren is ook een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) nodig, omdat de locatie van de parkeerplaats ligt in Vogelrichtlijngebied. De vergunning op grond van de Nbw werd verleend door de provincie Utrecht op 26 november 2013. Daartegen hadden we ook beroep ingesteld bij de Raad van State en wel op 30 december 2013. Onze stelling daarbij was, als er geen onherroepelijke vergunning op grond van de Nbw is, dan kan de gemeente met de omgevingsvergunning niets aanvangen.

 

Op 28 januari 2014 in de vroege ochtend nam RTV Utrecht interviews op met wethouder Van den Berg en Jules Scholten van de WMR in de Veerwei. De verslaggeefster filmde ook Kolganzen, Brandganzen en Grauwe Ganzen die overvlogen en graasden in de uiterwaard tussen Rijnstraat en Veerweg. De filmopnamen gaven een goed beeld van het dispuut met Rhenen. De beelden werden vanaf 12.00 uur die dag bij herhaling door de regionale tv uitgezonden. De uitzending heeft niet mogen baten bij de behandeling van ons beroep bij de rechtbank Midden-Nederland de dag daarna op 29 januari.

 

De Rechtbank in Utrecht deelde onze beroepsgronden niet. Het beroep werd aldus op 4 februari 2014 ongegrond bevonden en het verzoek om een schorsing werd ook afgewezen. De Rechtbank ging mee met de opvatting van Rhenen dat de parkeerplaats nodig is en dat er geen feitelijk nadeel is voor de natuurwaarden van de Veerweide en de instandhoudingsdoelen voor het Vogelrichtlijngebied waarin de parkeerplaats en de Veerweide liggen.

Het was mogelijk om van de beslissing op het beroep in hoger beroep te gaan bij de Raad van State. Op de uitspraak betreffende schorsing was geen hoger beroep mogelijk. Wel konden we bij de Raad van State (wederom) een voorlopige voorziening vragen. Omdat de kans van slagen van een dergelijk verzoek gering werd geacht, hebben wij dat niet gedaan.

 

De gemeente kon dus direct aan de slag en dat gebeurde met grote voortvarendheid. De parkeerplaats is dus aangelegd. Wat er zal gebeuren, wanneer de Raad van State ons beroep tegen de door de provincie Utrecht verleende Nbw vergunning gegrond zou verklaren, is niet duidelijk. Het is niet realistisch te veronderstellen dat de gemeente in dat geval de parkeerplaats zal afbreken. Als de Raad van State ons beroep gegrond zou oordelen, dan zal de gemeente waarschijnlijk overgaan tot het vinden van een compensatie mogelijkheid voor het verlies aan natuurwaarde.

De zitting over het beroep bij de Raad van State is gepland na 30 juni 2014. De precieze datum is nog niet bekend.

 

Het bestemmingsplan Uiterwaarden bij Rhenen waarin de parkeerplaats ook is opgenomen, is door de gemeenteraad van Rhenen vastgesteld op 25 april 2014. Het vaststellingsbesluit treedt in werking op vrijdag 6 juni 2014, tenzij binnen die termijn in samenhang met een ingesteld beroep een afzonderlijk verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Terug naar boven

Zienswijzen over en beroepen tegen ontwerpbesluiten over de uiterwaarden bij Rhenen en de voorgestelde parkeerplaats aan de Paardenmarkt in de Veerwei

Januari 2014, Jules Scholten

 

In het najaar werden verscheidene aan elkaar gerelateerde ontwerpbesluiten en beschikkingen bekend gemaakt door de gemeente Rhenen en de provincie Utrecht over de inrichting van de uiterwaarden bij Rhenen en de voorgestelde aanleg van een parkeervoorziening aan de Paardenmarkt in de Veerwei. Het betrof de volgende (ontwerp-) besluiten:

  • de ontwerpomgevingsvergunning voor de aanleg van een parkeerplaats voor 103 auto’s aan de Paardenmarkt in de Veewei met ter inzage legging van 4 september tot 16 oktober 2013 gevolgd door:
  • de door B&W van Rhenen op 5 november jl. verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van de parkeerplaats en;
  • de ontwerpbeschikking van Gedeputeerde Staten (GS) van Utrecht op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw) voor de aanleg van een parkeerplaats aan de Paardenmarkt in de uiterwaard bij Rhenen in de Veerwei gevolgd door: 
  • de door Gedeputeerde Staten (GS) van Utrecht op 26 november jl. verleende vergunning op grond van de Nbw voor de aanleg van de parkeerplaats;
  • het ontwerpbestemmingsplan ‘Uiterwaar-den bij de stad Rhenen en Planmilieu-effectrapportage (PlanMER)’ met ter inza-ge legging van 26 september tot en met 6 november 2013.

Cuneratoren Rhenen. Foto Dirk Prins.

De WMR diende tegen al deze (ontwerp-) besluiten zienswijzen dan wel beroepen in.

  • Zienswijze over de ontwerpomgevings-vergunning aanleg parkeerplaats aan de Paardenmarkt op 15 oktober bij B&W van Rhenen;
  • Beroep tegen de verleende omge-vingsvergunning en verzoek om een voor-lopige voorziening op 25 november jl. bij de rechtbank Midden-Nederland;
  • Zienswijze  over ontwerp beschikking Nbw op 22 oktober jl. bij GS van Utrecht;
  • Beroep tegen de verleende vergunning Nbw op 30 december bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State;
  • Zienswijze ontwerpbestemmingsplan ‘Uiterwaarden bij Rhenen en PlanMER’ op 4 november jl. bij de gemeenteraad van Rhenen.

De gemeente wil in de uiterwaarden bij de stad Rhenen ruimte bieden aan recreatie en toerisme, landschap en natuur en wil daarbij een parkeerplaats aanleggen voor 103 auto’s op de locatie van de  Paardenmarkt in de Veerwei nabij de N225 en de Veerweg. Voor de realisatie daarvan zijn alle voornoemde besluiten nodig.

Uitzicht vanaf Cuneratoren Veerwei. Foto Dirk Prins.

Parkeerplaats en vergunningen daarvoor

Wat daarbij opvalt is dat de gemeente veel haast heeft met de aanleg van de par-keerplaats. Zo veel haast dat niet gewacht kan worden totdat het bestemmingsplan voor de uiterwaarden, waarin de parkeer-plaats is gepland, vastgesteld zal zijn, waarna pas besluiten genomen zouden kunnen wor-den die de aanleg van de parkeerplaats moge-lijk kunnen maken. De beweegrede-nen om aan de Paardenmarkt zo’n grote nieuwe parkeerplaats te willen hebben, zijn niet goed te begrijpen omdat er intussen een grote dubbele ondergrondse garage is ge-realiseerd pal in Rhenens winkelcentrum. Deze lijkt voldoende voor de winkelfunctie van Rhenen die beperkter is dan bijvoorbeeld in Veenendaal en Wageningen. Voor de bezoekers van het restaurant ‘Tante Loes’ biedt de nieuwe parkeerplaats weinig sou-laas want zij  zullen niet graag de hele Veerweg van en naar hun geparkeerde auto’s willen lopen. Kennelijk willen B&W en de Raad van Rhenen nog voor de gemeen-teraadverkiezing in maart 2014 een daad stellen door de aanleg van de parkeerplaats bestuurlijk mogelijk te maken nog voordat het bestemmingsplan zou zijn vastgesteld. In feite volgen de gemeente Rhenen en de provin-cie Utrecht dus een volgorde in alle te nemen besluiten die weliswaar juridisch mogelijk is, maar wel onlogisch is en daarom incorrect.

Foeragerende brand-, kol- en grauwe ganzen. Foto Dirk Prins.

Omdat de locatie van de parkeerplaats en de uiterwaarden bij Rhenen deel uitmaken van het Vogelrichtlijngebied Uiterwaarden Neder-Rijn was het nodig om ten behoeve van alle besluiten een zogenoemde ‘Pas-sende beoordeling’ alsook een PlanMER te maken. De Passende beoordeling en de PlanMER komen tot de conclusie dat de voorgestelde ontwikkelingen, inclusief de aanleg van de parkeerplaats, geen signifi-cante gevolgen zullen hebben voor de instandhoudingsdoelen van het Vogelricht-lijngebied. Volgens de Passende beoordeling is er ruim voldoende foerageergebied aan-wezig om die instandhoudingsdoelstellingen voor met name de in de uiterwaarden overwinterende ganzen (kol- en grauwe ganzen) te behalen.

In de verleende vergunning Nbw van de provincie is de draagkracht in aantallen vogels aangegeven voor onder meer de kol- en grauwe gans in het Vogelrichtlijngebied Uiterwaarden Neder-Rijn. Die aantallen zijn respectievelijk 2900 en 880. De tabel stelt dat beide overwinterende ganzensoorten voorkomen in de uiterwaarden Rhenen en in de Palmerswaard en dat enkele tientallen kolganzen foerageren op de Veerwei en de ijsbaan (gelegen tussen Veerweg en Rijnstraat), maar dat die aantallen te gering zijn om van invloed te kunnen zijn op de draagkracht. Wij bestrijden deze conclusie en dit vormt de kern van onze zienswijzen en beroepen tegen de besluiten van Rhenen en de provincie.

Kolgans in de Veerwei. Foto Fred Hoorn.

Ons argument is dat uit telgegevens van wintervogeltellingen verzameld door de Vogelwerkgroep Wageningen van de KNNV-afdeling Wageningen een heel ander beeld naar voren komt waardoor  de gevolgen van de aanleg van de parkeerplaats niet als on-betekenend kunnen worden afgedaan. De telgegevens geven namelijk een goed beeld van de werkelijke aantallen kol- en grauwe ganzen in het gebied. Het telgebied van de Vogelwerkgroep strekt zich uit van het veer bij Elst tot aan de Rijnbrug. De hoogste aantallen kolganzen die zijn waargenomen in dit telgebied zijn:

  • 1500 in februari 2009
  • 1520 in november 2011
  • 2300 in maart 2012

Voor de Veerwei zijn de volgende specifieke aantallen waargenomen:

  • 140 kolganzen en 450 grauwe      ganzen op 19 januari 2010
  • 40 kolganzen en 170 grauwe      ganzen op 14 februari 2010

Dat wil zeggen dat op 19 januari 2010 4,8 % van het aantal kolganzen en 51,1 % van het aantal grauwe ganzen, dat nodig is voor de draagkracht, aanwezig was in de Veerwei. Op 14 februari 2010 bedroegen deze percentages respectievelijk 1,4 % en 19,3 %.

Deze aantallen kunnen niet worden afgedaan als zijnde ´insignificant´.

De WMR komt dus tot een andere conclusie dan de gemeente Rhenen en de provincie en zij stelt vast dat de Passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet niet juist is uitgevoerd, omdat die is blijven steken in de eerste stap van de beoordeling met als uitkomst dat er geen significant nadelige effecten zullen optreden. 

Voorlopige voorziening

Om te voorkomen dat Rhenen na het verlenen van de omgevingsvergunning en de vergunning Natuurbeschermingswet (Nbw) toch al aan de slag gaat met de aanleg van de parkeerplaats, hebben wij een zogenoemde  voorlopige voorziening aangevraagd bij de Rechtbank Midden-Nederland. De Rechtbank heeft laten weten dat de zitting met behandeling van de vraag om de voorlopige voorziening en het beroep dient op 29 januari 2014. Zo lang de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan, mag Rhenen niet beginnen met de aanleg.

De uitspraak door de Rechtbank Midden-Nederland zal van directe invloed zijn op de behandeling van ons beroep – later in 2014 – tegen de verleende vergunning Nbw bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Vijfdelig kaasjeskruid Paardenveld. Foto Dirk Prins

Bestemmingsplan Uiterwaarden bij Rhenen

De uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland over het beroep tegen de omgevingsvergunning is vanzelfsprekend ook van invloed op de vaststelling door Rhenen van het bestemmingsplan ‘Uiterwaarden bij Rhenen’ en het PlanMER. Tegen die tijd is er echter een nieuwe gemeenteraad gekozen en is ook een nieuw college van B&W aange-treden en in die nieuwe situatie zullen wij be-zien of het nodig is ook in beroep te gaan tegen het bestemmingsplan.

Vanwege de ligging van het plangebied in Vogelrichtlijngebied en gebied dat is voorge-dragen voor aanwijzing als Natura 2000 gebied, zijn wij van mening dat in het bestem-mingsplan en het PlanMER  de functies natuur en landschap voorop behoren te staan. De functies recreatie en toerisme hebben betrek-king op het medegebruik van het plange-bied. In het ontwerpbestemmingsplan en het PlanMER ligt de nadruk in het deelgebied ‘Hoofdzone Midden’ nog te veel op het medegebruik recreatie en toerisme.

Weliswaar is het inrichtingsplan 2012 al beter dan het inrichtingsplan dat dateert uit 2009, maar de voorgestelde ontwikkelingen (parkeerplaats, ijsbaan en uitbreiding van de passantenhaven) gaan ten koste van de natuurdoelen: stroom-dalflora, ganzen en de wintergasten waaronder kol- en grauwe gans, alsook van de ecologische verbindingsfunctie tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug door de uiterwaarden bij Rhenen.

Jules Scholten

Terug naar boven