Thijmseberg

Samenvatting van de ontwikkelingsplannen voor het Recreatiepark Thijmse Berg

oktober 2014, Jules Scholten

 

Het Recreatiepark de Thijmse Berg is een gezins- en familiecamping van 9,6 ha omvang, dat ligt op de Utrechtse Heuvelrug aan de Nieuwe Veenendaalseweg op korte afstand van de noordelijke grens van de bebouwde kom van Rhenen. Het terrein is sterk geaccidenteerd met hoogteverschillen van enkele tientallen meters. Tot voor kort lag het zwaartepunt van het bedrijf op vaste standplaatsen met stacaravans. In 1987 werd een uitbreiding aan de westzijde gerealiseerd ten behoeve Thijmse Berg 1van standplaatsen voor mobiele kampeerders.

De ondernemer streefde naar uitbreiding van het recreatieterrein. Daartoe had het bedrijf in februari 1999 de gemeente verzocht grond te verkopen voor de uitbreiding. In oktober 2002 besloot de gemeente medewerking te verlenen met een herziening van het bestemmingsplan. In april 2004 heeft het voorontwerp voor dat bestemmingsplan ter inzage gelegen en werden 36 reacties ontvangen waaronder die van de WMR. In maart 2005 volgde de beantwoording van de inspraakreacties door het College van B&W van Rhenen, waarbij tevens besloten werd de procedure voort te zetten. Het plan had als doel om een uitbreiding in noordwestelijke richting met 2,35 ha (zie de bijgevoegde kaart) mogelijk te maken voor de ontwikkeling van 70 tot 80 extra toeristische (seizoensgebonden) standplaatsen, inclusief bijbehorende parkeervoorzieningen, speel- en sportmogelijkheden en een sanitaire voorziening. De voorgestelde uitbreiding zou twee bospercelen beslaan.

Het voorontwerpbestemmingsplan toonde ernstige tekortkomingen. Zo vermeldde het plan niet dat het park en de voorgestelde uitbreiding ligt in de EHS en dat uitbreiding daarom getoetst moet worden aan het zo geheten ‘Nee-tenzij’ regime. De WMR bracht dit naar voren tijdens de behandeling van het voorontwerp in de gemeenteraad.

Kaart van Thijmse Berg en de ligging in de omgeving.

Kaart van de Thijmse Berg en omgeving.

De verdere ontwikkeling van het plan bleef daarna geruime tijd liggen totdat in 2007 de procedure weer werd opgepakt met de opstelling van een concept voor een nieuw ontwerpbestemmingsplan. Daarin was wel een afweging opgenomen op grond van het ‘Nee-tenzij’ regime.
Het concept werd voorgelegd aan de WMR voor commentaar dat in februari 2008 werd gegeven aan het College van B&W. Onze opmerkingen kwamen in het kort erop neer dat wij oneens waren met de conclusie in het concept van het ontwerpbestemmingsplan dat uitbreiding in noordwestelijke richting geen aantasting zou veroorzaken van de EHS en daarmee aanvaardbaar zou zijn. De WMR vond namelijk dat de voorgestelde uitbreiding juist wel aanzienlijk zou zijn en een belangrijk negatieve invloed zou hebben op de aaneen geslotenheid van de EHS die ter plaatse maar iets meer dan één kilometer breed is. Het gebied dat verstoring zal ondervinden, zal groter zijn dan het oppervlak van de uitbreiding. Er moest rekening worden gehouden met aanzienlijke uitstralingseffecten naar de omgeving als gevolg van de toename in de verblijfsrecreatie door betreding, licht en geluid van de recreanten en hun auto’s, motoren en brommers.
De Thijmse Berg ligt behalve in de EHS ook in het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het Beheer- en Inrichtingsplan van het Nationaal Park gaf aan dat vergroting van verblijfsrecreatieve terreinen buiten de bestaande locaties in principe niet aan de orde kan zijn. Dat kan alleen in het geval dat er overduidelijke meerwaarden voor natuur en landschap te behalen zouden zijn. En die waren er niet.

Er werd besloten een nieuw ecologisch onderzoek te laten uitvoeren en het resultaat daarvan voor te leggen aan de Adviescommissie Recreatie en Toerisme van de provincie Utrecht. Het onderzoek werd uitgevoerd en gerapporteerd in december 2009. Vervolgens bracht de Adviescommissie het gevraagde advies onder de titel ‘Recreatiecentrum De Thijmse Berg’ uit in mei 2010.
Het advies was niet eenduidig. Enerzijds onderschrijft de Adviescommissie de conclusie van het nieuwe ecologische onderzoek dat: de voorgestelde uitbreiding zal kunnen leiden tot een significante aantasting van de EHS. De adviescommissie constateert daarbij ook dat er geen sprake is van een groot maatschappelijk belang dat de uitbreiding zou rechtvaardigen. Anderzijds poogde de commissie om desondanks toch tot een voor alle betrokken partijen en belangen aanvaardbare oplossing te komen. Dit deed de commissie omdat zij van mening was dat uitbreiding dringend nodig is voor een gezonde financieel-economisch en duurzame toekomst van het bedrijf. Derhalve adviseerde de commissie om het Recreatiepark (plus de voorgestelde uitbreiding?) buiten de EHS te plaatsen. Het leek erop dat de adviescommissie zich daarmee buiten haar rol als adviesorgaan van de provincie begaf.

Sindsdien is geen vervolg gegeven aan het ontwerpbestemmingsplan voor de voorgestelde uitbreiding. Kennelijk besloot de ondernemer om – althans voorlopig – niet te streven naar uitbreiding. In plaats daarvan richtte het bedrijf zich op de herontwikkeling van het bestaande terrein. In juni 2009 werd daarvoor een voorontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd. Er werd daarbij nadrukkelijk vermeld dat het nieuwe plan geen betrekking heeft op het eerdere voornemen tot uitbreiding van het Recreatiepark.
De WMR werd opnieuw om commentaar gevraagd bij dit plan. Er volgde diverse gesprekken met B&W en met de adviseur van B&W, waarbij werd ingegaan op de verandering in het totale bouwoppervlak en de verandering in het verkeersaanbod als gevolg van de herontwikkeling. Wij kregen daarop voldoende inzicht in de aard van de herontwikkeling. In augustus 2011 werd het bijbehorende ontwerpbestemmingsplan bekend gemaakt. In onze zienswijze gaven wij aan van mening te zijn dat de herontwikkeling van het bestaande terrein geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de EHS. Het bestemmingsplan werd in november 2011 vastgesteld.
Inmiddels is een correctie van het bestemmingsplan in voorbereiding. Die dient ertoe om een uitbreiding van de locatie voor de bouw van chalets toe te staan en daarnaast via de wijzigingsbevoegdheid van de regels een hogere bouwhoogte voor de bouw van vakantiewoningen met een rieten kap mogelijk te maken. Het Recreatiepark zal daarbij in omvang en gebruik gelijk blijven. Vooralsnog lijkt er geen reden om een zienswijze in te dienen over het ontwerp. Het enige punt zou kunnen zijn dat chalets met een rieten kap meer brandgevoelig zijn dan chalets met een andere vorm van dakbedekking. Dat kan in het bosgebied gelegen in de EHS een punt van aandacht zijn.

 

Terug naar boven